Help, ik zie mijn kind niet
Met enige regelmaat melden ouders zich op ons kantoor omdat er geen of heel weinig contact is met (een van) de kinderen. Dat kan diverse oorzaken hebben en de beste aanpak verschilt per zaak.
Het is in ieder van groot belang om tijdig advies in te winnen. Wij bespreken met u wat er speelt en wat in uw zaak de beste strategie is. Misschien staat de andere ouder open voor mediation of overleg middels een viergesprek of wellicht is toch een (spoed)procedure of kort geding nodig.
Als het aankomt op een procedure is één van de criteria of er sprake is of is geweest van family life en om dat goed te onderbouwen.
Als voorbeeld een recente zaak die speelde in Rotterdam (niet van ons kantoor). In die zaak had de vader samengevat verzocht om omgang met zijn kind. Het stond in die zaak voor de ouders vast dat de man de verwekker was van het kind en dat het kind dus genetisch verbonden was met vader. Maar omdat er geen sprake was van erkenning was er vanuit juridisch perspectief (nog) geen band tussen de vader en het kind.
Moeder heeft in die procedure gesteld dat vader in zijn omgangsverzoek niet ontvankelijk was. Zij stelde onder meer dat er geen sprake was geweest van family life tussen de vader en het kind. Hij was dus volgens haar wel de biologische vader, maar had volgens haar geen (omgangs)rechten ten aanzien van het kind.
Moeder werd door de rechtbank niet in het gelijk gesteld. De rechtbank oordeelde in die zaak dat de vader family life heeft gehad met de minderjarige, en dat hij daarom ontvankelijk is. De (advocaat van) vader had foto's opgestuurd naar de rechtbank waaruit bleek dat vanaf de geboorte van het kind totdat de minderjarige een kleuter was er contact was tussen vader en kind.
De rechtbank overweegt in de gewezen beschikking: " Voor ‘family life’ is de mate van betrokkenheid bij de minderjarige niet doorslaggevend. Voldoende is dat de man, in dit geval door verzorging van en contact met de minderjarige, zijn betrokkenheid bij haar heeft getoond, hetgeen ook blijkt uit de foto’s die de man heeft overgelegd."
Dit soort uitspraken van rechters zijn overigens niet nieuw, maar wel een bevestiging van hoop voor ouders die hun kind of kinderen niet zien.
Vindplaats: Rechtbank Rotterdam, 02-10-2025, ECLI:NL:RBROT:2025:11766. Gezag en omgang ex art. 1:377a BW en 8 EVRM.